‘Ik had nooit gedacht jou hier tegen te komen.’
Thorn zei niets, maar liet zich naast Hal op de grond zakken. ‘Ik dacht al dat je hier zou zijn.’
“Hier” was een plek op een heuvel met uitzicht op de stad. Het veld was bezaaid met bloemen, die net in bloei stonden en kleur gaven aan het voor de rest eentonige landschap. Vlakbij stroomde een rivier die perfect was om je voeten in te dopen en te ontspannen en het water was fris en koel, perfect om je dorst te lessen na de klim. Plus het gaf een prettig achtergrondgeluid en verjaagde de stilte die er anders zou hangen.

De twee mannen zaten op het gras voor een jonge boom. Hij was geplant door Mikkel en Karina vlak nadat ze getrouwd waren. Mikkel had hem gepland met de belofte dat zolang de boom nog gezond was en overeind stond, hij altijd van zijn vrouw zou houden. Die woorden kregen een diepere betekenis na zijn overlijden en Karina dacht er nog vaak aan en dat troostte haar.

Nadat Hal’s vader, Mikkel, was overleden werd deze plek gebruikt om hem te herdenken, omdat de man zelf een zeemansgraf had gekregen. Het zou te lang duren om terug te reizen naar Skandia en hem daar te begraven. Daarom werd dit ook gezien als de plek waar zijn geest voortleefde en dicht bij zijn familie was.

De jongen kwam hier vaak om na te denken en zo nu en dan praatte hij ook tegen de boom alsof het zijn vader was en niet een stuk hout. Zijn problemen leken zich zo altijd op te lossen en als hij met een vraagstuk zat, vroeg hij zijn vader om advies en vond hij een antwoord.

Toch had hij, in al die jaren, Thorn nog nooit hier gezien; Hal wist niet eens zeker of de zeewolf van de plek afwist. Hal kwam hier vaak, vooral net na het overlijden van zijn vader. Naarmate de jaren verstreken, namen de bezoekjes geleidelijk aan af, maar zo nu en dan kwam hij hier toch terug.

Lange tijd bleef het stil tussen de twee, totdat Thorn zijn linkerhand op Hal’s schouder legde. ‘Hij zou zo trots op de geweest zijn,’ vertelde hij de jonge skirl.

De woorden deden hem meer dan Hal wilde laten merken en hij knipperde een paar keer snel. Thorn zag wat er aan de hand was, maar negeerde het.

Hij kneep nog even in de jongen zijn schouder en stond toen op. Toen hij buiten gehoorafstand was, draaide hij zich om en zei zachtjes: ‘en ik ook’.

Schrijfwedstrijd – Charlotte