De Zoektocht

Het gras was nog nat van de dauw. De zon was amper op, maar alsnog bewoog Maddie zich stap voor stap door het grasveld voor hun hutje. Ze bleef laag bij de grond. Niet dat dit nodig was, op dit tijdstip zouden zelfs de bandieten nog een keer in hun bed omdraaien, maar puur uit gewoonte. Uit instinct ontweek ze takken die geluid zouden maken en zo haar positie konden verraden.

Maddie stopte. Ze keek van links naar rechts door het gras, daarna naar de bomen. Waar normale mensen slechts de zacht wiegende takken van de bomen zouden zien, zag Maddie een perfecte plek om een goed overzicht over het veld te krijgen. Nog steeds lettend op haar bewegingen liep Maddie richting de bomen. Vlak voor de boom keek ze omhoog, alvast een route richting de top uitdenkend. Will had haar vanaf het begin van haar training al de voordelen van het plannen van je klimtocht uitgelegd. Maddie moest hier eerst aan wennen. Voor haar telde elke seconde mee. Hoe langer ze nog op de grond stond, hoe minder tijd ze overhield om in de boom te zitten. Meestal klom Maddie meteen de boom in, waar ze halverwege vaak een dode tak te pakken kreeg wat resulteerde in pijnlijke ledematen na een val van niet meer dan 2 meter.

Deze keer was echter anders. Ook al had Maddie hem nog niet opgemerkt, Will was vast in de buurt. Beter even laten zien dat ze wel oplette tijdens zijn ontzettend lange en saaie uitleg. Rustig de takken vastpakkend om zich daarna geleidelijk op te trekken baande Maddie zich een weg naar de top.

Eenmaal boven aangekomen vond Maddie precies wat ze wilde. Vanaf de top had ze een perfect uitzicht over het grasveld. Het hutje leek klein vanaf deze hoogte. Als ze over de boomtoppen aan de overkant keek kon ze zelfs de omtrekken van kasteel Redmont onderscheiden van de wolken. De zon was nu echt aan het doorkomen.

Op de grond viel echter iets anders op. Op verschillende plekken zag Maddie dat er tussen het hoge gras kleine afdrukken te zien waren waar het gras lager, meer platgedrukt was dan de rest. Een aantal van deze plekken liepen in een rechte lijn en wist ze te herkennen als haar voetstappen van het hutje naar de boom. Andere afdrukken lagen echter op plekken waar ze nog niet geweest was.

Met een plof landde Maddie op de grond, voor een keer zonder de laatste meters te vallen. Ze liep terug het gras in, recht op het hutje af. Op haar weg terug nam ze een korte omweg langs de afdrukken in het gras. De laatste 10 meter waren het lastigst. Maddie moest de drang om recht het hutje in te stormen, de deur bij haar binnenkomst meenemend, weerstaan. Het lukte. Op haar dooie gemak liep ze de veranda op, en opende de deur.

Binnen zat Will al op haar te wachten. Zak. Alsof Maddie de schaduw die enkele seconden voor haar via de achterdeur binnenkwam niet gezien had. Will kijkt vanuit de luie stoel, met een kop koffie in zijn hand Maddie aan. “En?” vraagt hij. “Nog iets gevonden?”.

Met een vlugge beweging wist Maddie een grijs-groen geverfd eitje in haar tas te doen. “Nee…” zei ze. “U heeft ze dit jaar wel érg goed verstopt..!” Voldaan nam Will een slok van zijn koffie. “Tja… Iemand moet de lat toch een beetje hoog leggen”.

Het eitje zou Will die avond nog wel op zijn kussen vinden. De zoektocht naar paaseitjes werd met het jaar competitiever…

Pasen bij de Grijze Jagers – Yannick