Gegroet Grijze Jager fan! 

Wist je dat er een heleboel uitdrukkingen en gezegden zijn wij vandaag de dag nog gebruiken, maar die eigenlijk uit de middeleeuwen stammen? We zetten er hieronder een paar op een rijtje! 

Heetgebakerd

Sommige van de wezen in Redmont, zoals Will, Alyss en Arnaut, werden al op zeer jonge leeftijd in het weeshuis opgenomen. Als een kind in de middeleeuwen vlak na de geboorte verzorgd moest worden, gebeurde dit vaak door een baker (kraamverzorgster). Zij bakerde het kind; ze koesterde en verwarmde het pasgeboren kind door het in stevige doeken te wikkelen. De manier waarop dat gebeurde, had invloed op het temperament van het kind, zo dacht men vroeger. Als de baker het kind te heet bakerde, bijvoorbeeld door het in te warme doeken in te pakken, dan werd het kind later heetgebakerd: driftig op opvliegend. 

Even een hele serieuze vraag: zoals we weten, heeft Crowley vlak na Cassandra’s geboorte de prinses in doeken gewikkeld om haar mee naar Kasteel Araluen te nemen. Ook weten we dat Crowley een temperamentvolle Grijze Jager kan zijn. Zou hij Cassandra misschien in te warme doeken ingepakt hebben? En zou Cassandra daarom zulke opvliegende trekjes hebben? 

Iemands bakermat

Vaak zat de baker met het kind in de bakermat of bakermand. Dat was een rieten mand die voor het haardvuur stond. onze uitdrukking iemands bakermat komt hier vandaan. De bakermat is nu de plaats waar iemand geboren of opgegroeid is, of de plaats waar de oorsprong van iets ligt. 

Iemand in het harnas jagen

Deze uitdrukking betekent iemand aanzetten tot strijd. Deed je dit in de middeleeuwen, dan joeg je elkaar natuurlijk letterlijk het harnas in, aangezien hierin gevochten werd. Tegenwoordig is de strijd gelukkig minder bloedig en is de strijd er meestal een van boosheid en ophitsen. 

Iemand met open vizier tegemoet treden

Een vizier is natuurlijk een scharnierende klep die aan een helm zit. Tijdens een gevecht kon een ridder zijn vizier naar beneden doen om zo zijn ogen en gezicht te herkennen. De tegenstander kon hem op die manier slecht herkennen. Waarschijnlijk daarom lieten ridders tijdens een gevecht hun vizier soms juist openstaan, zodat de tegenstander goed kon zien met wie hij vocht. Tegenwoordig wordt de uitdrukking nog steeds gebruikt om aan te geven dat iemand iets eerlijk en openlijk doet, zonder te verbergen wie hij is. 

Iets in de gaten hebben

Het vizier beschermde dus de ogen van de ridder. Vroeger werden ogen ook vaak aangeduid met de term gaten. Iets of iemand in de gaten hebben betekende dus ook dat je iemand kon zien. Door de eeuwen heen heeft de uitdrukking een iets negatievere betekenis gekregen: wanneer je nu iemand in de gaten hebt, betekent dit dat je doorhebt dat de ander iets doet wat niet mag. 

Iets in je schild voeren

Het lijkt overduidelijk dat deze uitdrukking uit de tijd van de middeleeuwse ridders komt. Toch is de betekenis intussen heel anders. Vroeger lieten Ridders een wapen op hun schild tekenen, zodat iedereen op het slagveld kon zien wie ze waren en tot welke partij ze behoorden. Dat wapen toont je dus openlijk in je schild. Gek genoeg heeft de uitdrukking intussen een heel andere betekenis gekregen – vermoedelijk doordat mensen de ridder gewoontes niet meer zo goed kennen. Tegenwoordig betekent de uitdrukking dat je stiekeme voorbereidingen treft en iets doet wat verder nog niemand weet. Heeft iemand je wel door? Dan heeft die je in de gaten ;). 

Boterbriefje

Oorspronkelijk was een boterbriefje een akte waaruit bleek dat de houder ervan tijdens de officiële vastendagen gerechtigd was om boter te eten, veelal wegens gezondheidsredenen. Gaandeweg ging het woord betekenen: een officieel stuk of een belastingbiljet. Tegenwoordig wordt het woord alleen nog gebruikt in de betekenis van trouwakte. Wie een boterbriefje haalt, treedt dus in het huwelijk. Zou Arnaut een boterbriefje hebben? Zo nee, dan zal Halt er vast een voor hem gemaakt hebben … 

De hond in de pot vinden

Wanneer men vroeger klaar was met eten was meestal de pot leeg. Deze werd dan op de grond gezet, waar de hond het kon uitlikken. Vind je de hond dus in de pot, dan ben je te laat voor het eten! De uitdrukking vindt haar oorsprong dus in de middeleeuwen, al klonk het toen iets anders: de hont is in der scapraden (de hond is in de etenskast). De Zuid-Hollandse variatie was nog net iets anders en wordt vertaald als de kat in de ketel vinden. Geen wonder dat Arnaut geen huisdieren heeft – die zouden al zijn eten opeten! 

Heet hangijzer

Met de stijgende gas- en energieprijzen is het misschien een idee om terug te gaan naar het middeleeuwse koken boven vuur. Hiervoor heb je dan wel een hangijzer nodig: een ijzeren haak waaraan je een pot of ketel kon hangen. Zo boven het vuur werd dat hangijzer natuurlijk snel gloeiend heet, waardoor je er letterlijk je handen aan kon branden. Ook vandaag de dag is een heet hangijzer om een gevaarlijke zaak aan te duiden. 

Zijn sporen verdienen

Toen Arnaut tot ridder werd geslagen, kreeg hij waarschijnlijk traditiegetrouw sporen om zijn paard mee aan te drijven. Sporen zijn metalen puntjes of randjes aan de hiel van de rijlaars. Met andere woorden: Arnaut had zijn sporen verdiend! Ook nu kennen we de uitdrukking nog, maar dan in figuurlijke betekenis. Nu beschrijft de uitdrukking iemand die aangetoond heeft dat hij/zij bekwaam is in een bepaalde zaak of dat hij/zij door ervaring een goede kennis van zaken heeft gekregen. 

Freelancer

Nog maar een paar jaar na zijn sporen verdiend te hebben vertrok Arnaut naar Macindaw. Dit deed hij als Heer Haviks, een vrije lans – een ridder zonder vast werk. In de middeleeuwen stond zo iemand bekend als vrije lansier, een huursoldaat, specifiek een ruiter die met een lans gewapend was. Een vrije lansier is een letterlijke vertaling van freelancer. En een freelancer? Dat is iemand die wij vandaag de dag kennen als losse medewerker, iemand die niet in vaste dienst is, maar los gehuurd kan worden!

Korte metten maken 

Metten zijn gebeden, die vooral in middeleeuwse kloosters door de kloosterlingen gebeden werden. De metten werden gebeden tussen zonsondergang en zonsopgang en vormden het langste deel van het getijdengebed. In de standaard versie duren de metten op zijn minst anderhalf uur, al was dit meestal langer. En dat dan meermaals per dag! Daarom werden de metten vaak ingekort. Met andere woorden: men maakte korte metten! Vandaag de dag gebruiken wij de uitdrukking nog steeds om aan te geven dat we iets snel en grondig afronden. 

Met klinkende munt betalen

In een Ridderzaal stond over het algemeen van alles en nog wat: harnassen, schilderijen en vaak zelfs een heuse geldtafel. Hierop werden munten op waarde getest: als een zilveren munt op de tafel valt, klinkt die hoorbaar anders dan bijvoorbeeld een nikkelen munt. Een klinkende munt is dus letterlijk een munt die geluid maakt als hij valt, met andere woorden: metalen geld (tegenover papiergeld en andere waardepapieren). Vandaar dat het tegenwoordige gebruik van met klinkende munt betalen betekent: betalen in contanten. 

Toegegeven: vermoedelijk is dit echter niet de herkomst van de uitdrukking ‘met klinkende munt’. Waar het wel vandaan komt is niet bekend, maar geeft toe: dit was toch een leuk feitje :). 

Snotneus

Een snotneus is iemand die nog niet meetelt. En nee, de uitdrukking komt niet van het hebben van een snotneus: een snotneus is namelijk ook een voorwerp. Vroege olielampen uit de middeleeuwen hadden een lange tuit, waaruit wel eens wat olie kon druppelen. Dat was dus een snotneus! Hoe zo’n snotneus heeft geleid tot de hedendaagse uitdrukking is niet bekend. 

Vast in het zadel zitten

Arald is heus niet de enige: met hun harnassen en alles konden veel ridders niet heel gemakkelijk op hun paard komen. Zaten ze dus eenmaal in het zadel? Dan lieten ze zich er absoluut niet zomaar uit duwen. Nog altijd gebruiken we de uitdrukking als iemand zich niet uit een bepaalde positie laat verdrijven en zeker van hun zaak is. 

Hartstikke dood

Nog even terug naar het Middelnederlands, waarin de uitspraak bi hartsteke doot zeker niet onbekend was. Het betekent: door een steek in het hart (hartsteek) dood. Tegenwoordig bedoelen we met hartstikke dood nog steeds morsdood, oftewel, zo dood als iemand die een doodsteek in het hart gekregen heeft. 

Salaris

Eerder constateerde we al dat het Middelengels en het Middelnederlands nog ontzettend veel invloeden van het Latijn kenden. Dit kwam ook tot uiting in de woordenschat: salaris was dan ook een woord dat ze in de middeleeuwen al gebruikte. Het woord betekent zoutrantsoen – dat was namelijk de betaling van bijvoorbeeld de Romeinse legionair. Dit omdat zout in sommige gebieden soms zo schaars was, dat dit als betaalmiddel werd gebruikt! 

Op je geld zitten

Over geld en betaling gesproken: in een van de verhalen van boek 11 lezen we natuurlijk dat geld niet altijd veilig is in een kluis – soms wordt het daaruit gestolen. Mogelijk de veiligst manier om je geld te bewaren is daarom misschien om op een stoel te gaan zitten, met een klep waaronder de bezitter geld kan bewaren. Op je geld gaan zitten, dus! 

Op de pijnbank leggen

Wat een pijnbank is, is voor de hand liggend. Om toch in iets meer (niet te vieze) details te treden: het te ondervragen slachtoffer werd op de pijn- of martelbank aan armen en benen uitgerekt door de uiteinden steeds strakker te trekken en werd misschien zelfs met puntige of gloeiende voorwerpen bewerkt. Gelukkig hoeft degene die tegenwoordig op de pijnbank wordt gelegd niet voor zulke fysieke pijn bang te zijn – enkel voor vragenstellers die niet van ophouden weten. 

De duimschroeven aangelegd

Een ander geliefd martelwerktuig bij het verhoren was de duimschroef. Er werd dan een klem om de duim gezet, die kon worden aangeschroefd, waardoor een felle pijn optrad. Tegenwoordig wordt iemand alleen nog in figuurlijke zin de duimschroeven aangelegd, wanneer er bij een ondervraging of onderzoek veel druk op hem/haar wordt uitgeoefend. Gelukkig hebben de Grijze Jagers voor zover wij weten enkel duimboeien, geen -schroeven … 

Sterven in het harnas

In de middeleeuwen waren er ridders. Ridders droegen harnassen wanneer ze gingen vechten. Sterven in het harnas betekent daarom ongetwijfeld dat iemand sterft terwijl hun dapper en standvastig ergens voor werken, toch? 

Fout! Of nou ja … dat is inderdaad hoe wij de uitdrukking vandaag de dag gebruiken. Maar het komt niet overeen met hoe de uitdrukking is ontstaan! Niet alleen waren harnassen ontzettend goed in het beschermen van de drager, ze waren ook nog eens ontzettend warm. Als het ‘s zomers bijvoorbeeld dertig graden was, konden de temperaturen in zo’n harnas oplopen tot wel vijftig graden! Hoewel men vaak goed op elkaar lette en goed voor elkaar zorgde wanneer ze op zwoele zomerdagen in hun zware harnassen rondliepen, kan het natuurlijk altijd fout gaan. Sterven in het harnas betekent vandaag de dag weliswaar inderdaad dat iemand ten onder gaat wanneer hun druk bezig zijn, maar de oorspronkelijk betekenis is dus een stuk minder spectaculair. 

We mogen dan weliswaar geen Middelnederlands meer spreken, maar op een bijzonder manier is onze moderne taal dus wel nog heel middeleeuws!

November 2022 – Uitdrukkingen